Résumé
Het kampeergezelschap is neergestreken op een camping op het schiereiland Lefkas aan de Griekse westkust. Op de vrije dag gaat Marlijn met Gea en Jan mee naar het meest zuidelijke puntje van Lefkas. Een vuurtoren staat daar op een witte klif van zestig meter hoogte. Het schiereiland dankt zijn naam aan deze spectaculaire witte krijtrotsen. Lefkas (Lefkatas) betekent: witte kaap. Op de camping wordt er ondertussen geraspt, gesneden en gehakt, want er staat een hapjesdag op stapel. Iedereen maakt een klein gerecht voor een grote gezamenlijke maaltijd. De hapjesdag is een jaarlijks terugkerende traditie op de groepskampeerreis.